Indonesië: Java - Bali - Sulawesi
(21.07.96 - 06.08.96)
Algemeen | Java
| Bali | Sulawesi
|
Volgende websites refereren naar ons
reisverslag
|
|
|
|
|
|
Reisverslagen / Indonesië)
|
(Reisverslagen / Azië /
Indonesië)
|
(Reisverslagen / Azië / Indonesië)
|
- Reis gemaakt met Best-Tours, d.w.z.
we boekten enkel hotel met ontbijt. Eventuele geplande uitstappen kan men ter
plaatse reserveren (meestal prijzig). Zie brochure Best-Tours.
- We vlogen eerst van Brussel naar London/Heatrow, van daaruit met British Airways over
Kuala Lumpur (13 uur) naar Jakarta (1 uur). Oponthoud van een half uur om juist de
gelegenheid te hebben "the largest Duty Free Shop of the World" in galop te
bezoeken.
- Voor Java (vanaf Yogyakarta = 3 dagen) en Bali (4 dagen) reserveerden we ter plaatse een
taxi/minibusje.
- Voor Sulawesi (4 dagen) gingen we mee met de groep, alhoewel we achteraf beseften dat we
even goed zelf een minibusje hadden kunnen huren.
- Wat de prijzen van de excursies betreft: wat men per persoon bij de touroperator
betaalt, betaalt men voor de taxi/minibus (ongeacht het aantal deelnemers).
- Gebruikte reisgidsen:
- Lonely Planet Bali-Lombok (Eng.)
- Insight Guides Indonesië (Ned., 3e druk 1992)
- Wisselkoers (1996): 1.000 Roepies = 14 Bef

- Dag 1 en dag 2: vlucht Brussel -
London - Jakarta, met tussenlanding in Kuala Lumpur.
Aankomst in Hotel Sari Pan Pacific
- Dag 3 's morgens: City Tour
Jakarta met de groep (niet veel zaaks):
- Museum
- Monument met de Vlam
- Vismarkt (stinkt)
- Haven met de houten schoeners die nog steeds tussen de diverse Indonesische eilanden
varen (worden gebouwd op Sulawesi). Is wel interessant: laden/lossen gebeurt nog volledig
door sjouwers (en dit onder een brandende zon! Geen kranen te bespeuren).
- Dag 3 's namiddags: vlucht naat
Yogyakarta (+- 50 min.)
- Hotel Aquila Pranbanan
- We nemen een taxi (met taximeter!) naar de Jalan Malioboro =
shopping-straat
- Dag 4: Kraton & Borobudur
- Rond 8u met groep naar de Borobudur = grootste Boeddhistisch monument
ter wereld. Gelegen op ca. 40 km van Yogyakarta
- Rond 11u naar de koninklijke kraton = twee eeuwen oud paleiscomplex.
Rondleiding door Javaanse vrouwelijk gids die Nederlands praat.
- Daarna bezoek aan de zilversmedenstad Kota Gede: bezoeken "Tom's
Silver" (vermeld in de Insight Guide)
- Aansluitend nog naar Wayang Kulit-voorstelling: schimmenspel met de
platte, lederen poppen (wayang = schaduw)
- 's Avonds rijden we met een taxi naar de Jalan Malioboro naar het Hotel Muriati. Daar is
het Pelangi-reisbureau gevestigd. Willen taxi huren voor de volgende
dagen. Bureau gesloten. De receptionist brengt ons in contact met een privé taxidriver:
we willen morgen de Prambanan + tempeltjes in de omgeving bezoeken (op
eigen houtje).
Komen een prijs van 130.000 roepies per dag (ca. 1.800 Bef) overeen.
- Dag 5: Prambanan en kleinere
tempels in de omgeving
- Taxidriver Deo om 8u30 aanwezig. Stellen "plan de campagne" op:
- eerst "intieme" tempeltjes rond Prambanan bezocht:
- Candi Sambrisi (of Sambisari): pas in 1966 midden een rijstveld ontdekt
= kleinere candi. Opvallend door 36 panelen met hemelse wezens
- Candi Kalasan: ligt ten westen van Candi Sari (zie hierna): Boeddhistische
tempel met opvallende kala-markara kop boven de zuidpoort
- Candi Sari: 3 km van Prambanan prachtig gelegen tussen bananen- en
kokosboomgaarden = Boeddhistische tempel met 2 verdiepingen
Entreeprijzen: 500 rps (7 Bef!) per tempel/per persoon.
Tegen de middag rijden we naar het kleine stadje Prambanan
(op 17 km van Yogyakarta). Een bord bij een kruising verwijst naar het tempelcomplex
(Hindoe).
Ingang: 5.000 rps (70 Bef) / persoon.
Het is er rustig rond kuieren (niet zo druk als bij de Borobudur). Imposant complex met
als grootste tempel de Lara Jonggrang (Slanke Maagd).
- En we hebben nog de moed nog door te rijden naar het Boeddhistisch tempelcomplex Candi
Plaosan (ca. 9e eeuw) en de Candi Ratu Boko. Deze laatste staat
op een heuvel van waaruit men een prachtig uitzicht heeft op de gehele vallei. We zijn er
alleen... (toegang: 4.700 rps, video 2.500 rps, fototoestel 500 rps).
- Verpozen even onderweg in het kuuroord Merapi: een kleine beklimming
door een soort regenwoud (zeer vochtig!) leidt ons naar een uitzicht op de Merapi-vulkaan.
- Dag 6: bezoek aan het Dieng-plateau
- Vertrekken om 6u30 met de taxi voor een 3 uur durende rit richting Dieng-plateau.

Komen eerst aan in het stadje Wonosobo: de remmen van de taxi werken
plots niet meer. Onze taxidriver kan nog tot het Asia Restaurant rijden. Daar neemt een
andere driver (nu met minibusje) de trip over. Vanaf Wonosobo naar het plateau gaat
het over een smalle, gevaarlijke, kronkelende route (nog een uur rijden).
Toegang Dieng-plateau: 5.100 rps (71 Bef).
De hoogvlakte ligt op 2.000 m hoogte en heeft iets mysterieus. Hier werden raadselachtige
tempels gebouwd. Men kan er rondwandelen over houten voetpaden en een bezoek brengen aan
het "Veelkleurige Meer" Telaga Warna en het
"Spiegelmeer" Telaga Pengilon (wat we dan ook deden). We
bezochten ook de zwavelgeisers.
- Op de terugweg stoppen we even bij een groep steenhouwers die beelden maken uit
vulkanisch gesteente. We kopen een Ganesha en Boeddha-kopje
voor 30.000 rps (420 Bef!)
- In het "afzakken" bezochten we nog de Candi Mendut
(boeddhistisch) met schitterende bas-reliëfs op de buitenmuren. Binnenin bevinden er zich
3 mooie Boeddhabeelden, o.a. één van een zittende Boeddha met ontblote benen (hebben we
in geen enkel ander Boeddhistische tempel ooit gezien).
- Dag 7:
- Bezoeken op onze vraag een (echt) gamelan-atelier = familiebedrijf met vader en 5 zonen.
Heel primitieve werkomstandigheden.
- Door gereden naar Imogiri voor een bezoek aan de sultangraven
(onderweg ziet men verschillende malen boeren het land bewerken met buffels en primitieve
ploeg = Saïdjah en Adinda achterna?).
Sultangraven gesloten! Beklimmen toch de ca. 400 treden (in snikhete temperaturen -->
dus vóór de beklimming water opslaan! Kan men kopen aan de voet van de trappen. Geen
overbodige luxe). Gids leidt ons rond het kerkhof met prachtig uitzicht op Yogya (men ziet
aan de einder zelfs de zee).
- Op weg naar het hotel bezoeken we een (niet toeristisch) batik-atelier.
- Om 16u naar de luchthaven van Yogya voor de vlucht, eerst naar Surabaya (voorzien om
17u20, opgestegen om 20u) en dan naar Denpasar (voorzien om 21u, opgestegen om 22u) op Bali.
- Dag 8: lassen een rustdag in het
hotel Natour Kuta Beach.
- 's Namiddags stappen we even buiten het hotel een reisbureau binnen. Intussen hebben we
een ander koppel op sleeptouw genomen die graag verder met ons zou willen optrekken. We
hebben geen bezwaar.
Huren een minibus (met driver) voor 60 US$ /dag (geen airco).
's Avonds zien we een opvoering van de fascinerende kecak-dans: de zogenoemde
"apendans" waarbij jonge mannen onder het uitstoten van ritmische klanken een
soort trance trachten te bereiken. Heden ten dage wordt aan de kecak-dans meestal een epos
uit de Ramayana toegevoegd.
- Leggen ons plan voor met de bezoeken die we willen doen (we voorzien 3 dagen):
- Besakih-tempel + dorpjes langs de
Oostkust: Celuk (goud, zilver), Klungkung, Kusumba en naar het Goa Loah (vleermuizengrot), verder naar het dorpje Tenganan, woonplaats van de Bali Aga-stam
- West-Bali met bezoek aan de tempel Taman Ayun bij Mengwi, het Apenbos bij Sangeh en verder naar het Noorden naar de Bratan-hoogvlakte en terug naar het Zuiden naar
Tanah Lot
- Midden-Bali met de dorpen Mas (houtsnijders), Umbud (buitenlandse en inheemse kunstenaars) en verder naar Goa Gajah (olifantengrot), Gunung Kawi (koninklijke graftombe) en Tampaksiring voor de Pura Tirta Empul-bron
De 3 rondritten die wij maakten kan men (ongeveer) op onderstaande kaart terugvinden:
- oostkust = blauw tracé
- midden = rood tracé
- westen = groen tracé
Dit zijn de trajecten die meestal door de plaatselijke reisagentschappen voorgesteld
worden, maar waarvan men in onderlinge afspraak kan afwijken (wel op voorhand
afspreken!).

- Dag 9: dorpjes langs de Oostkust,
Goa Loah, Bali Aga-stam
het was de bedoeling tot aan de Besakih-tempel te rijden. Maar door het overweldigend
panorama, de vele stops, de ontmoetingen met de lokale bevolking zijn we zover niet
geraakt. Niettemin werd het een prachtige dag!
- Rijden door prachtige rijstvelden langs Bantubolan, Celuk (hier even gestopt bij de
goud- en zilversmeden), Sukawati, Batuan en voorbij Ubud (bezoeken we dag
11), richting oosten naar Gianyar en dan verder voorbij Klungkung en Kasamba naar de
vleermuizengrot van Goa Loah (bevindt zich links langs de baan. Rechts is
er een mooi strand).
Na het bezoek aan de grot rijden we verder langs de kust tot aan
Candidasa waar een bordje naar Tenganan verwijst. We rijden de berg op
tot aan het dorp van de Bali Aga-stam. Tot onze verwondering zijn we er alleen. Gelukkig wordt men met rust
gelaten. Men kan vrij rond kuieren. De bewoners zijn vriendelijk en men kan vrij in en uit
hun huisjes, waarin kunstnijverheidsproducten verkocht worden, wandelen. Beroemd is de kamben
geringsing-stof waarmee de zogenoemde ikat geweven wordt (maar wel heel
prijzig).
- Van hieruit rijden we naar Amlapura (heette vroeger Karangasem)
en verder naar Ujung voor een bezoek aan het Water Palace of
de Tirta Gangga (=
water van de Ganges). Dit zijn 3 vijvers met helder fris water waarin men nu nog kan
zwemmen en met prachtig uitzicht op de omgeving.
- Dag 10: West-Bali + Tanah Lot
- op onze vraag rijden we op weg naar Mengwi langs binnenbaantjes en
passeren de dorpjes Sempidi, Lukluk en Kapal. In Lukluk kunnen we
toevallig een hanengevecht bijwonen. We vinden het toch maar een wreedaardig spektakel.
- De tuintempel Pura Taman Ayun in Mengwi: omring door een gracht ligt
deze tempel aan een lotusvijver.
- Van hieruit rijden we naar het bekende Apenbos in Sangeh.
Alhoewel er geen enkel gevaar
is voor de vele rondlopende apen, past men toch best op voor loshangende haarlinten,
(gouden) kettinkjes want de ondeugende apen hebben heel vlugge graaipootjes! Midden in het
bos bevindt zich de Pura Bukit Sari (tempel) met binnenin een grote
garuda-vogel.
 |
 |
Mijzelf en mijn echtgenote in het Apenbos in
Sangeh
(en met de ondeugende apen) |
- We rijden naar het noorden naar de Bratan-hoogvlakte. In een restaurant bij het
dorpje Bedugul genieten we van het uitzicht op de Bratan-vulkaan.
Nadien bezoeken in Bedugul nog de fruit- en specerijenmarkt.
- We besluiten terug te keren en door te steken naar het zuiden, naar Tanah
Lot. Het is een Hindoetempel die op een rots staat juist voor de kust. Bij eb kan
men er naar toe wandelen.
Volgens alle reisgidsen (en foto's) biedt deze tempel een prachtige aanblik bij
zonsondergang. Het silhouet steekt scherp af tegen de vlammende hemel....helaas bij onze
aankomst zagen we enkel een erg bewolkte hemel!
- Dag 11:
Barong, Olifantengrot, Batur
- Andermaal op weg met Arya en zijn minibusje, nu richting Mas voor een
rit door Midden-Bali. De vorige dag hadden we Arya gevraagd de mogelijkheid te voorzien
een Barong-dans bij te wonen, wat we vandaag dan ook konden doen in het
dorpje Batubulan.
Barong-dans: de oorsprong van het woord "barong" is onbekend.
Het is een dans waarbij 2 personen bedekt zijn door een heel groot masker dat
meestal een mythologische figuur voorstelt. Dit stelt het goede voor. Daar tegenover wordt
het kwade geplaatst in de figuur van de heks Rangda.
- In Mas bezoeken we een paar houtsnijders. We kopen er een uiterst fijn uitgesneden
Ganesha in sandelhout.
- Verder naar Ubud. We stoppen en genieten even van de artistieke sfeer.
Ons ontbreekt de tijd om een wandeling te doen in de prachtige omgeving rond Ubud.
Op weg naar Bedulu bezoeken
we de Olifantengrot of Goa Gajah: een gapende ingang is prachtig versierd
met beeldhouwwerk van bladeren, rotsen, dieren, golven en demonen. Bovenaan is een groot kala-hoofd
aangebracht. Vóór de grot bevinden zich ook een paar baden.
Voor video en fototoestel betaalt men 3.700 Rps (ca. 52 Bef).
- We volgen de weg naar de vulkaan Batur. Halverwege naar de top ligt
één van de heiligste plaatsen van Bali, n.l. de koninklijke graftombe van Gunung
Kawi.
Deze bereikt men door een steile trap af te dalen, dan door onder een stenen boog naar een
ravijn te lopen. In de wanden zijn spookachtige altaren uit de rotsen gehouwen. Er zijn
ook monnikencellen uitgehakt.
Het is er zwoel en de terugweg vraagt de beklimming van de steile trap.
- Nu gaat het richting Tampaksiring en verder naar de hoogvlakte van Batur.
Men komt uit op één van de meest dramatische vergezichten van Bali: het weidse
Batur-meer met de zwarte kegel van de Batur-vulkaan. We waren daar tegen de middag. Eerst
zweefden er vele mistbanken over het meer, maar naar de namiddag toe klaarde alles op en
konden we een verrukkelijk panorama bewonderen. We werden er even stil van.
's Anderendaags moesten we (met spijt in het hart) Bali verlaten voor de vlucht naar
onze volgende bestemming Sulawesi.
|
Voor wie veel en uitgebreide
aanvullende informatie over Bali wil, kunnen we ten zeerste de website
"BALI
FOR YOU" aanbevelen. De subtitel
"Complete Bali Information" is niet overdreven. Men vindt
inderdaad werkelijk ALLES over Bali. Een aanrader! |
|
|
|
|
|
Voor een map van Sulawesi: klik hier.
- Dag 12: vlucht van Denpasar (Bali)
over Surabya (Java) naar Ujung Padang in Sulawesi.
De minibusjes wachten ons op bij aankomst in Ujung Padang en voeren ons door één van de
prachtigste natuurgebieden (berglandschappen met weelderige vegetatie, o.a. vele
bamboebossen) die we ooit gezien hebben, richting Centraal-Sulawesi naar het land van de
Toraja's. Alhoewel het "slechts" om een rit van ca. 300 km gaat, doet men er
toch ca. 8 uur over. De eerste 200 km rijden we over geasfalteerde kronkelwegen, de
laatste 100 km, tot aankomst in het eerste Toraja-dorpje Makale, blijken
veel weg te hebben van een maanlandschap .
- Aankomst in het hotel Sahid Toraja. Afzonderlijke blokken zijn gebouwd in de stijl van
de huizen en graanschuren van de Toraja's.
Toraja's: stammen duidelijk
af van mongoloïde volkeren. Leven op heuveltoppen in kleine door stenen muren omringde
nederzettingen. Elke dorpsgemeenschap bestaat uit een aantal families die in huizen wonen
(tongkonan) en rond een veld gebouwd zijn. Tegenover de huizen staan
graanschuren (lumbung). Het dak van een tongkonan loopt aan beide
uiteinden omhoog als een boeg en de achtersteven van een schip.
De Toraja's danken vooral hun faam aan de grootse dodenfeesten. We hadden het grote geluk
dergelijk feest te kunnen bijwonen (zie volgende dag).
- Dag 13:
Van
Makale gaat het met de minibusjes naar Rantepao (centrum van de
toeristenindustrie in het Toraja-land) en 5 km verder naar Lemo voor een
bezoek aan één van de vele rotsgraven (liang). De graven zijn
uitgehouwen in een hoge steile rotswand. In uitgehakte nissen staren voorouderbeelden, de
gekende tau-tau, tijdloos in de verte. Het heeft iets griezelig.
En de Toraja-goden zijn ons genadig want niet ver daarvan vindt een dodenfeest
plaats. Voor deze feesten moeten de
nabestaande enorme kosten maken, waarvoor soms jaren moet gewerkt en gespaard worden
(intussen wordt het lijk in een tongkonan bewaard). Het begrafenisfeest met de
vele rituelen, met als hoogtepunt het soms offeren van wel 50 waterbuffels (karbouwen)
duurt zowat een ganse week. Het doden van de dieren zelf zagen we (gelukkig) niet, wel het
scheiden en verdelen van de kadavers, waarbij we de nabestaanden elk met een homp vlees
(en een zwerm vliegen) zagen rond zeulen.
Bezoekers moeten voedsel, sigaretten, zeep of geld schenken. In dit geval heeft men geen
enkel bezwaar om dergelijk feest bij te wonen.
- We bezochten nog Palawa (ongeveer 9 km van Rantepao) met zijn vele tongkonan-huizen
en lumbung-graanschuren.
- Bij de lunch in Rantepao werden o.a. een soort gebakken garnalen geoffreerd, waarvoor
wijzelf wijselijk dankten. Diegene die er toch van gegeten hadden, werden nadien danig
ziek (men eet geen vis, noch schaaldieren in deze tropische omstandigheden!).
- Dag 14:
- In Suaya (28 km van Rantepao en 6 km van Makale) bezoeken we de
hangende koningsgraven. Tegen de rotswanden hangen verschillende
doodskisten, soms half verpulverd, waardoor aan de voet van de rots zich in de loop der
tijden hopen beenderen en schedels opstapelden!
- Iets verder wandelen we door een klein bos naar een centraal gelegen grote boom. Daarin
werden nissen uitgehold, waarin baby's begraven werden.
- In Londa kruipen we in een grot waarin zich tientallen doodskisten
bevinden. De kisten zijn soms geheel of gedeeltelijk gebarsten; de skeletten hangen er
half uit...en tot overmaat van ramp gaat het olielampje plots uit. Gegil langs alle
kanten!
- In Kete Kesu koopt Huguette een prachtig uitgewerkte tau-tau
van zowat 30 cm hoog (na lang onderhandelen komen we een prijs van 160.000 Rps, d.i.
ca. 2.200 Bef overeen. Lager wilde men niet gaan. Het was te nemen of te laten). Gelukkig
was het einde van de reis in zicht, want de tau-tau mochten we voor de rest op onze rug
meesjouwen. Zo is hij toch in België belandt, waar hij nu toezicht houdt in onze
huiskamer.
- Dag 15: terugrit naar Ujung Padang.
Halverwege stoppen we bij een primitieve scheepswerf, waar één van de houten boten
gemaakt wordt. Alles wordt samengeklonken m.b.v. houten pinnen (geen enkele spijker!).
Ondertussen is Huguette reeds aan het onderhandelen met een groep vrouwen en meisjes die
allerlei (soms echt prachtige) schelpen aanbieden. Als verzamelaarster kan Huguette
nauwelijks haar ogen geloven voor de vele soorten die voor een prikje hier aangeboden
worden.
- Dag 16 en dag 17: terugvlucht over
Kuala Lumpur naar Heathrow (London) en van daar naar Zaventem!
Laatste update: 04-02-2009