Inleiding
door dhr. Brutin (kunstcriticus) tot de tentoonstelling
in het Cultureel Centrum Anto Diez te Bredene op 27 november 1999
![]()
In mijn ogen is het werk van grafica Huguette Hamers een toonbeeld van hoe het kan wanneer talent en enthousiasme elkaar ondersteunen, wanneer op een rustige maar krachtdadige wijze de mogelijkheden van een techniek worden onderzocht, en de verworvenheden gepaard gaan met een behoefte aan expressie, zodat de beeldtaal een reflectie is geworden van een innerlijke bewogenheid.
Dit betekent onder meer dat de kunstenares niet stilstaat bij wat zij op een bepaald ogenblik heeft bereikt, maar integendeel steeds dieper binnendringt in het eigene van haar persoonlijkheid en in de sensibiliteit van een grafische techniek, een andere dan de voorgaande techniek bijvoorbeeld.
Zo zullen sommigen onder U verrast opkijken wanneer zij hier geconfronteerd worden met een visie, een koloriet en een vormental die in ruime mate afwijken van wat de kunstenares tot hiertoe en tot vrij recentelijk eigenlijk heeft gecreëerd en getoond.
Laten wij gemakkelijkheidshalve haar vroegere grafiek als fel geabstraheerd, zelfs minimalistisch omschrijven.
Thans komt een grotere bewogenheid aan bod, een bijwijlen meer nadrukkelijke referentie aan een werkelijkheid, hoewel daar onmiddellijk mag worden aan toegevoegd dat de realiteit in het œuvre van Huguette Hamers steeds in ruime mate uitgepuurd werd, vastgelegd als het ware in haar fundamentele ritmiek, in de beeldtaal van wat ontdaan is van anekdote en verhaaltrant.
Toch hebben wij het gevoel dat ietwat duidelijkere raakpunten met natuur, milieu en cultuur in de brede zin van het woord kunnen worden afgelezen of aangevoeld in wat hier wordt tentoongesteld dan in een groot gedeelte van haar vroeger werk.
Men mag daarnaast echter niet uit het oog verliezen dat de
natuur en haar vormentaal die een zekere grilligheid suggereert en bijwijlen een
sierlijke esthetiek - zoals in haar afbeelding van zeekwallen - /of refereert
aan groei / herhaaldelijk een rijke bron van inspiratie is gebleken.
Die natuur werd uitgebeeld of beter gezegd wellicht discreet geëvoceerd, heel
behoedzaam benaderd, en is tevens aanleiding, voorwendsel bijna tot het creëren
van een grafische taal die een geheel is van ritmes en materiegevoel, van
suggestie die de sensibiliteit van de kijker beroert.
Benevens de natuur met haar veelheid aan vormen, groei, motieven en kleur en in mindere mate de morfologie van het menselijk lichaam hebben twee kunstenaars haar werk beïnvloed, gevoed en in vaste banen geleid, namelijk Dacos en Nico Lannoo, de Luikse graficus met zijn dichterlijke vormentaal en de Bruggeling met zijn uitgebreide kennis van technieken die wat barokker werkt en ook de ruimtelijkheid niet schuwt.
Als ik mij niet vergis, heeft Nico Lannoo haar ingewijd in het werken met polyester die op een plaat wordt uitgestreken, gegrift, doorkerfd, beschreven met een droge naald, voorzien van tengere valleien, waarin de inkt zich nestelt, een techniek die hier omzeggens exclusief wordt aangewend.
In de loop der jaren heeft Huguette Hamers zich geen moeite getroost om zich in diverse technieken te bekwamen en verlaat zij op dat vlak veelal begane paden.
Vaak combineert zij lijnets en polyester of manuele offset en aquatint, houtsnede en vernis mou.
Inzicht is bron van vrijheid, ook op dit vlak.
Zij kiest uiteraard wat haar het best ligt maar gaat experimenteren niet uit de weg.
Groen, rood en grijs zijn haar lievelingstinten. Dat is ook hier in enige mate duidelijk.
Wat opvalt in haar grafiek, waar zij zich thans omzeggens exclusief aan wijdt, is haar zin voor ordening, voor structureren voor het creëren van ruimtelijkheid, wat eigenlijk ook met ordenen te maken heeft.
Met ordenen bedoel ik onder meer het plaatsen van een teken in een bladspiegel, die overwegend wit kan zijn. Hierbij denk ik op de eerste plaats aan haar vroeger werk.
Ordenen kan ook het behoedzame organiseren van een ontmoeting tussen twee tinten zijn, het integreren in het totaalbeeld van verticaliteit als leidende ritmiek, het suggereren van een leidende ondertoon, het schijnbaar argeloze inbouwen van chine collé op het Japanse papier, zodat de ene sensibiliteit de andere beroert, het oproepen van een herkenbaar ritme, dat nooit verhalend wordt, omdat het juist in een schijnbaar nonchalante structuur is opgenomen.
In deze tentoonstelling domineren verwijzingen naar bossen en ruimtelijke of architecturale impressies wat enerzijds met een grafiekstage in Canada te maken heeft, en anderzijds met een zoveelste verblijf in Egypte in de Vallei van de Koningen bijvoorbeeld, die evenzeer een geestelijke als puur visuele emotie incarneert en teweegbrengt.
Een verfijnd samengaan van het vergeestelijkte en het visuele kenmerkt trouwens een groot, zoniet het voornaamste deel van haar œuvre. Zo zijn bomen niet alleen verticale structuren in tinten van groen en bruin en zijn reisimpressies lang niet alleen elkaar overlappende bouwwerken in rode okers, donkere schaduwen met modules van luminositeit in de achtergrond.
Dat hebt U meteen begrepen.
Het innerlijke van de dingen en dat van de kunstenares vloeien in elkaar. U voelt allen meteen aan dat niet alleen bomen staan weergegeven, al of niet stervend of afgeknot, maar dat de gehele problematiek van milieu, verstikking, zuurstof, leven en dood wordt opgeroepen, en dat daarnaast het raadsel van een beschaving, van spiritualiteit, en opnieuw van leven en dood en van het leven binnenin die dood wordt opgeroepen en in structuren vastgelegd, in een ritmiek van verticaliteit die door een bevreemdende diagonale lijn wordt doorkruist.
Ik zei het al: haar heel persoonlijke grafische weergave van de dingen wordt opgetild, gesublimeerd door een geestelijke ondertoon, door een onderliggend gevoel, dat heel concreet verbonden is met bewustzijn en emoties van het individu en de essentie van een maatschappij die zich beschaving noemt.
Hugo Brutin,
27 november 1999
![]()