Grafische technieken
![]()
Onder grafiek verstaan we gedrukte afbeeldingen of het maken van zulke gedrukte
afbeeldingen. Materialen met een glad oppervlak worden zo bewerkt dat sommige delen wel
inkt kunnen op- nemen en andere delen niet.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de industriële technieken die gebruikt
worden bij het drukken van boeken en kranten en de vrije, artistieke grafiek.
De druktechnieken kunnen onderverdeeld worden in vier verschillende categorieën:
1. HOOGDRUK: zoals linosnede en houtsnede.
2. DIEPDRUK: zoals lijnets, droge naald, aquatint, suikeraquatint, mezzo-tint en vernis mou.
3. VLAKDRUK: zoals lithografie, offset en fotolitho.
4. DOORDRUK: zoals zeefdruk, sjabloondruk en monotype.
Zelfs de modernere technieken zoals manuele offset, het gebruik van polyester, polythuraan en carborundum op plaat en het gebruik van andere dragers (zoals plexiglas i.p.v. zink) zijn elk voor zich onder te verdelen in bovenstaande categorieën.
BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE DRUKTECHNIEKEN
HOOGDRUK
De hoogdruk is de oudste drukmethode. Door uit hout of ander materiaal delen weg te snijden ontstond een verhoogd beeldvlak dat kon worden afgedrukt. Dit soort "stempeltjes" werd niet alleen door de Chinezen maar ook door de Grieken en de Romeinen gebruikt waar vorsten en kooplui oorkondes, koopcontracten enz. "tekenden" met deze stempels. De Chinese drukkunst is waarschijnlijk via handelswegen naar het Westen gekomen, de eerste westerse houtsneden verraden Chinese invloed. Omstreeks 1400 komt in West-Europa de houtsnijkunst tot ontwikkeling. Al gauw voegt men prenten samen met tekst waardoor boeken ontstaan. Het afdrukken werd oorspronkelijk met de hand gedaan, pas na het uitvinden van de drukpers vond de grote verbreiding plaats. Toen in de 18e eeuw de diepdruktechnieken de technieken werden om tekeningen te kopieren werd de houtsnede vrijwel niet meer gebruikt. Enkel de houtgravure met burijn in kopshout kon nog concurreren met de kopergravure.
DIEPDRUK
De diepdruk is ontstaan uit de kunst van het goudsmeden. Gebruiksvoorwerpen, wapens en
harnassen werden versierd door met de burijn motieven te steken in koper, goud of zilver.
Om de versieringen duidelijker te laten uitkomen werden de groeven met zwarte kleurstof
opgevuld. Soms werd om het motief te bewaren, de voorstelling afgedrukt. De oudste
gedateerde gravure is uit 1446. Sommige goudsmeden graveerden niet alleen, maar etsten ook
met salpeterzuur. Voor- stellingen in hun werk, echter nog steeds niet met de bedoeling
prenten te maken. Wie de eerste ets maakte met de bedoeling er prenten van te maken is
niet gekend. In elk geval zijn er al etsen van Dürer bekend uit 1515.
Het graveren in koper bleef heel lang de voornaamste reproductietechniek in heel Europa.
De bloeitijd van deze techniek viel in de Nederlanden in de 16e en de 17e eeuw. Toch won
het etsen meer veld. Rembrandt en Seghers zijn de grootste en meest bekende etsers uit de
17e eeuw.
In de 18e eeuw werd er ook veel geëtst maar dan vaak in combinatie met gravure en
aquatint. De meeste grote schilders hebben naast hun schilderijen ook etsen gemaakt.
De mezzotint maakt grote opgang in Engeland en Holland in de 18e eeuw. In onze tijd wordt
de mezzotint of "la maniere noire" niet veel meer gebruikt.
VLAKDRUK
De vlakdruktechniek ook wel lithografie genoemd is niet zo oud als de hoog - en
diepdruktechnieken. Het procédé werd in 1798 door A. Senefelder uitgevonden toen hij een
methode zocht om onafhankelijk van drukkers zijn eigen teksten te vermenigvuldigen.
Het voordeel van lithografie was de mogelijkheid een onbeperkt aantal afdrukken te maken.
Het zou echter nog jaren duren voor de beeldende kunstenaars de lithografie ontdekten.
De lithografie is ontstaan in Duitsland en Käthe Kollwitz is er daar de belangrijkste
representant van. Het is echter in Frankrijk dat de techniek tot grote bloei kwam. Die
bloeitijd begint met H.Daumier. Frankrijk heeft veel beroemde lithografen zoals Latour,
Odilon Redon, Toulouse- Lautrec, Bonnard enz...
Lithografie wordt nu door een flink aantal kunstenaars beoefend.
ZEEFDRUK - DOORDRUK
De zeefdruk is een nog heel jonge druktechniek, hoewel het in feite een verfijning is
van de sjabloondruk die reeds lang geleden vooral in Japan werd beoefend. De oudste
bekende sjablonen werden op de Fidji-eilanden gebruikt om stof te bedrukken. In een
zeefdrukkerij worden tekening of tekst langs fotografische weg op het zeefraam aangebracht
waarbij gebruik wordt gemaakt van lichtgevoelige preparaten.
De zeefdruktechniek wordt nu gebruikt door zowel ambachtslieden als kunstenaars.
DE VERSCHILLENDE GRAFISCHE TECHNIEKEN
De variëteit aan technieken is enorm groot. Sommige ervan worden nog weinig gebruikt zodat ik mij hier zal beperken tot de meest gebruikte technieken waaronder ook de modernere.
HOOGDRUK
Houtsnede:
Graveren in hout (met burijn in kopshout) wordt niet veel meer gedaan. Het gaat hier
dus enkel over de houtsnede.
Houtsnede is een hoogdruktechniek, d.w.z. alle niet weggesneden, hoogliggende delen worden
ingeïnkt en drukken af. Het is één van de oudste grafische technieken. Hout is stevig
en taai en snijden is niet altijd even gemakkelijk, vooral wanneer je tegen de nerf in
snijdt. Linolium is wat dat betreft een gemakkelijker materiaal, maar hout heeft een eigen
structuur die de houtsnede zijn specifiek karakter geeft.
Diverse houtsoorten zijn geschikt. Er zijn speciale ,vrij dure platen speciaal voor
houtsnede, maar je kunt ook triplex, multiplex of het nieuwe M.D.F. (heeft meer het
uitzicht van linoleum) gebruiken. De tekening (of voorontwerp) kun je rechtstreeks op de
houten plaat tekenen met een zacht potlood. De afdruk zal het spiegelbeeld zijn van de
oorspronkelijke tekening. Zachte papieren geven in regel de scherpste afdrukken. Afdrukken
op etspapier (vanaf 220 gr/m2) en Japans papier(16 tot 60 gr/m2) zijn zeer mooi.
Vroeger werden houtsneden met de hand ingekleurd. Tegenwoordig zijn de meeste houtsneden
veelkleurendruk. Voor elke kleur is dan een plaat nodig. Er kan ook met het systeem van de
legpuzzel gewerkt worden om de verschillende kleuren te drukken.
Materiaal:
Werkwijze:
Linosnede:
Idem als de houtsnede, maar in plaats van hout worden linoleumplaten en linogutsen gebruikt.
DIEPDRUK
Droge Technieken
Bij de droge technieken wordt direct in een kunststof of metalen plaat gekerfd waardoor groeven ontstaan. De plaat, meestal van zink of koper(maar ook kunststof als plexigas kan), wordt met inkt ingewreven. De inkt wordt vastgehouden door de groefjes en de braam, de overtollige inkt wordt van het oppervlak van de plaat verwijderd (het "afslaan" van de plaat).Dan wordt de plaat bedekt met papier en met behulp van een etspers afgedrukt.
Droge naald (pointe sèche)
De droge naald is een droge techniek. Er komt geen zuur aan te pas. Er is dus geen
zuurbestendige ondergrond nodig. De naald (in hard staal of diamant) krast direct in het
metaal.
Het is de eenvoudigste en meest directe manier om een afdrukbare lijn op een metalen plaat
aan te brengen. De drukinkt wordt niet alleen in de aangebrachte groef vast gehouden, maar
vooral ook door de metalen rand, die de naald bij het tekenen, naast de groef aan één of
beide zijden heeft opgeduwd. Die rand wordt een "BRAAM" genoemd en deze geeft de
prent zijn karakteristieke aanzien. Een lijn met een goede braam drukt af als een
fluweelzwarte lijn die niet scherp begrensd is zoals bij de ets, maar via een zacht grijs
geleidelijk overgaat in het wit van het papier. De braam die bovenop de plaat ligt wordt
tijdens het drukken steeds meer platgedrukt. De prent wordt daardoor steeds minder
krachtig zodat slechts een beperkt aantal drukken mogelijk is, ongeveer 10 à 15.Als een
koperen plaat gebruikt wordt kunnen iets méér afdrukken gemaakt worden dan in zink omdat
koper een harder metaal is.
Materiaal:
Werkwijze:
(Huguette Hamers - Maart 1998)
![]()