Grafische technieken

bar_br.gif (1364 bytes)

Onder grafiek verstaan we gedrukte afbeeldingen of het maken van zulke gedrukte afbeeldingen. Materialen met een glad oppervlak worden zo bewerkt dat sommige delen wel inkt kunnen op- nemen en andere delen niet.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de industriële technieken die gebruikt worden bij het drukken van boeken en kranten en de vrije, artistieke grafiek.

De druktechnieken kunnen onderverdeeld worden in vier verschillende categorieën:

1. HOOGDRUK: zoals linosnede en houtsnede.

2. DIEPDRUK: zoals lijnets, droge naald, aquatint, suikeraquatint, mezzo-tint en vernis mou.

3. VLAKDRUK: zoals lithografie, offset en fotolitho.

4. DOORDRUK: zoals zeefdruk, sjabloondruk en monotype.

Zelfs de modernere technieken zoals manuele offset, het gebruik van polyester, polythuraan en carborundum op plaat en het gebruik van andere dragers (zoals plexiglas i.p.v. zink) zijn elk voor zich onder te verdelen in bovenstaande categorieën.

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN DE DRUKTECHNIEKEN

HOOGDRUK

De hoogdruk is de oudste drukmethode. Door uit hout of ander materiaal delen weg te snijden ontstond een verhoogd beeldvlak dat kon worden afgedrukt. Dit soort "stempeltjes" werd niet alleen door de Chinezen maar ook door de Grieken en de Romeinen gebruikt waar vorsten en kooplui oorkondes, koopcontracten enz. "tekenden" met deze stempels. De Chinese drukkunst is waarschijnlijk via handelswegen naar het Westen gekomen, de eerste westerse houtsneden verraden Chinese invloed. Omstreeks 1400 komt in West-Europa de houtsnijkunst tot ontwikkeling. Al gauw voegt men prenten samen met tekst waardoor boeken ontstaan. Het afdrukken werd oorspronkelijk met de hand gedaan, pas na het uitvinden van de drukpers vond de grote verbreiding plaats. Toen in de 18e eeuw de diepdruktechnieken de technieken werden om tekeningen te kopieren werd de houtsnede vrijwel niet meer gebruikt. Enkel de houtgravure met burijn in kopshout kon nog concurreren met de kopergravure.

DIEPDRUK

De diepdruk is ontstaan uit de kunst van het goudsmeden. Gebruiksvoorwerpen, wapens en harnassen werden versierd door met de burijn motieven te steken in koper, goud of zilver. Om de versieringen duidelijker te laten uitkomen werden de groeven met zwarte kleurstof opgevuld. Soms werd om het motief te bewaren, de voorstelling afgedrukt. De oudste gedateerde gravure is uit 1446. Sommige goudsmeden graveerden niet alleen, maar etsten ook met salpeterzuur. Voor- stellingen in hun werk, echter nog steeds niet met de bedoeling prenten te maken. Wie de eerste ets maakte met de bedoeling er prenten van te maken is niet gekend. In elk geval zijn er al etsen van Dürer bekend uit 1515.
Het graveren in koper bleef heel lang de voornaamste reproductietechniek in heel Europa. De bloeitijd van deze techniek viel in de Nederlanden in de 16e en de 17e eeuw. Toch won het etsen meer veld. Rembrandt en Seghers zijn de grootste en meest bekende etsers uit de 17e eeuw.
In de 18e eeuw werd er ook veel geëtst maar dan vaak in combinatie met gravure en aquatint. De meeste grote schilders hebben naast hun schilderijen ook etsen gemaakt.
De mezzotint maakt grote opgang in Engeland en Holland in de 18e eeuw. In onze tijd wordt de mezzotint of "la maniere noire" niet veel meer gebruikt.

VLAKDRUK

De vlakdruktechniek ook wel lithografie genoemd is niet zo oud als de hoog - en diepdruktechnieken. Het procédé werd in 1798 door A. Senefelder uitgevonden toen hij een methode zocht om onafhankelijk van drukkers zijn eigen teksten te vermenigvuldigen.
Het voordeel van lithografie was de mogelijkheid een onbeperkt aantal afdrukken te maken. Het zou echter nog jaren duren voor de beeldende kunstenaars de lithografie ontdekten.
De lithografie is ontstaan in Duitsland en Käthe Kollwitz is er daar de belangrijkste representant van. Het is echter in Frankrijk dat de techniek tot grote bloei kwam. Die bloeitijd begint met H.Daumier. Frankrijk heeft veel beroemde lithografen zoals Latour, Odilon Redon, Toulouse- Lautrec, Bonnard enz...
Lithografie wordt nu door een flink aantal kunstenaars beoefend.

ZEEFDRUK - DOORDRUK

De zeefdruk is een nog heel jonge druktechniek, hoewel het in feite een verfijning is van de sjabloondruk die reeds lang geleden vooral in Japan werd beoefend. De oudste bekende sjablonen werden op de Fidji-eilanden gebruikt om stof te bedrukken. In een zeefdrukkerij worden tekening of tekst langs fotografische weg op het zeefraam aangebracht waarbij gebruik wordt gemaakt van lichtgevoelige preparaten.
De zeefdruktechniek wordt nu gebruikt door zowel ambachtslieden als kunstenaars.

DE VERSCHILLENDE GRAFISCHE TECHNIEKEN

De variëteit aan technieken is enorm groot. Sommige ervan worden nog weinig gebruikt zodat ik mij hier zal beperken tot de meest gebruikte technieken waaronder ook de modernere.

HOOGDRUK

Houtsnede:

Graveren in hout (met burijn in kopshout) wordt niet veel meer gedaan. Het gaat hier dus enkel over de houtsnede.
Houtsnede is een hoogdruktechniek, d.w.z. alle niet weggesneden, hoogliggende delen worden ingeïnkt en drukken af. Het is één van de oudste grafische technieken. Hout is stevig en taai en snijden is niet altijd even gemakkelijk, vooral wanneer je tegen de nerf in snijdt. Linolium is wat dat betreft een gemakkelijker materiaal, maar hout heeft een eigen structuur die de houtsnede zijn specifiek karakter geeft.
Diverse houtsoorten zijn geschikt. Er zijn speciale ,vrij dure platen speciaal voor houtsnede, maar je kunt ook triplex, multiplex of het nieuwe M.D.F. (heeft meer het uitzicht van linoleum) gebruiken. De tekening (of voorontwerp) kun je rechtstreeks op de houten plaat tekenen met een zacht potlood. De afdruk zal het spiegelbeeld zijn van de oorspronkelijke tekening. Zachte papieren geven in regel de scherpste afdrukken. Afdrukken op etspapier (vanaf 220 gr/m2) en Japans papier(16 tot 60 gr/m2) zijn zeer mooi.
Vroeger werden houtsneden met de hand ingekleurd. Tegenwoordig zijn de meeste houtsneden veelkleurendruk. Voor elke kleur is dan een plaat nodig. Er kan ook met het systeem van de legpuzzel gewerkt worden om de verschillende kleuren te drukken.

Materiaal:

Werkwijze:

Linosnede:

Idem als de houtsnede, maar in plaats van hout worden linoleumplaten en linogutsen gebruikt.

DIEPDRUK

Droge Technieken

Bij de droge technieken wordt direct in een kunststof of metalen plaat gekerfd waardoor groeven ontstaan. De plaat, meestal van zink of koper(maar ook kunststof als plexigas kan), wordt met inkt ingewreven. De inkt wordt vastgehouden door de groefjes en de braam, de overtollige inkt wordt van het oppervlak van de plaat verwijderd (het "afslaan" van de plaat).Dan wordt de plaat bedekt met papier en met behulp van een etspers afgedrukt.

Droge naald (pointe sèche)

De droge naald is een droge techniek. Er komt geen zuur aan te pas. Er is dus geen zuurbestendige ondergrond nodig. De naald (in hard staal of diamant) krast direct in het metaal.
Het is de eenvoudigste en meest directe manier om een afdrukbare lijn op een metalen plaat aan te brengen. De drukinkt wordt niet alleen in de aangebrachte groef vast gehouden, maar vooral ook door de metalen rand, die de naald bij het tekenen, naast de groef aan één of beide zijden heeft opgeduwd. Die rand wordt een "BRAAM" genoemd en deze geeft de prent zijn karakteristieke aanzien. Een lijn met een goede braam drukt af als een fluweelzwarte lijn die niet scherp begrensd is zoals bij de ets, maar via een zacht grijs geleidelijk overgaat in het wit van het papier. De braam die bovenop de plaat ligt wordt tijdens het drukken steeds meer platgedrukt. De prent wordt daardoor steeds minder krachtig zodat slechts een beperkt aantal drukken mogelijk is, ongeveer 10 à 15.Als een koperen plaat gebruikt wordt kunnen iets méér afdrukken gemaakt worden dan in zink omdat koper een harder metaal is.

Materiaal:

Werkwijze:

(Huguette Hamers - Maart 1998)

bar_br.gif (1364 bytes)


[Kunst]